Wanneer men Tarot zegt, denkt men al te gemakkelijk aan een mysterieus kaartspel waarmee even raadselachtige zigeunerinnen de toekomst voorspellen.Tarot is echter veel meer dan dat. Het is een filosofie die zijn oorsprong kent in de Kabbala en de Egyptische mythologie, maar tevens veel Keltische, Germaanse en Christelijke invloeden onderging. Om die leer te verkondigen werd gebruik gemaakt van afbeeldingen die alle mogelijke facetten van de ontwikkeling van de mens voorstellen en de archetypes waarmee hij in contact komt. Waarschijnlijk onder invloed van rondtrekkende zigeuners ofwel door terugkerende kruisvaarders, kwam Tarot in onze contreien terecht. Rond 1500 vinden we de eerste officiële vermeldingen ervan in overgebleven geschriften. Tijdens de inquisitie echter, belandt zowat alles wat niet strookt met het katholiek geloof, op de brandstapel. Zo verging het ook de Tarot. Om hieraan enigszins te ontsnappen, kregen bepaalde ingewijden het lumineus idee om de afbeeldingen te camoufleren als speelkaarten. Vandaar dat de oude Tarotafbeeldingen model stonden voor het huidig kaartspel dat nu nog gebruikt wordt om bijvoorbeeld te manillen of te klaverjassen. De filosofie van Tarot steunt op twee grote principes. Ten eerste de wet van oorzaak en gevolg: het logisch opvolgen van situaties. Alles wat men vandaag meemaakt, is het gevolg van wat voorheen gebeurde. De toekomst is afhankelijk van wat nu is. Dus bepaalt u momenteel uw eigen lot. Ten tweede baseert Tarot zich op de ontwikkelingsfases van de mens. Dit geschiedt in verschillende stappen. Het komt erop neer dat wij als mens moeten evolueren. Die evolutie gebeurt echter niet in een gestaag oplopende volgorde. Simplistisch kan het vergeleken worden met de beroemde processie van Echternach: drie stappen vooruit en twee achteruit. Bij Tarot is het telkens ongeveer tien stappen vooruit en 9 stappen achteruit. Vandaar dat sommige impressies in het leven regelmatig terugkeren.